‘Dansen en zingen niet zo saai als kantoorjob’

antje noortje axelle kalinka

Antje, Noortje, Axelle en Kalinka, vier leerlingen van Jam Centrum Sleidinge, spelen in december en januari in Gent en Antwerpen mee in de musical ‘Oliver’. Het jonge viertal moest hiervoor vaak repeteren in de vakantie en kijkt uit naar de première.

De musical Oliver, die de komende maanden in de Capitole in Gent en de Stadsschouwburg in Antwerpen wordt opgevoerd, heeft ook enkele Meetjeslandse jongeren in de cast. Antje Hautekeete (10) uit Wippelgem, Axelle Van Heyste (12) uit Lovendegem, Noortje Dhaenens (12) uit Ertvelde en Kalinka Verschraegen (14) uit Vinderhoute zullen straks schitteren in de topproductie. Het viertal volgt al jaren les in Jam Centrum Sleidinge, waar men uiteraard trots is dat dit kwartet door de strenge audities is geraakt. ‘Er hebben vier leerlingen van Jam meegedaan’, vertelt Ann Van Hulle van het danscentrum, ‘en alle vier zijn ze door de selecties geraakt en maken nu deel uit van de cast.’

Kalinka, de oudste van de vier, is niet aan haar proefstuk toe: ‘Ik deed al mee in Kuifje en de Zonnetempel, de Sound of Music en Annie. Nu ben ik een van de weeskinderen in de openingsscène. Het is een kleinere rol, maar daar geef ik niet om. Ik moest minder repeteren de voorbije zomervakantie en dat kwam me eigenlijk wel goed uit. Het zal wellicht ook mijn laatste kinderrol worden, want ik ben al groot. Of ik van zingen en dansen mijn beroep wil maken? Daar moet ik nog even over nadenken.’

Ook Noortje is een van de weeskinderen in de openingsscène: ‘Ik had nog niet aan audities deelgenomen, ik was wel bij de KetNet Rap dansers. Ik schrok ervan dat er zoveel kinderen waren. Uiteindelijk was ik heel blij erbij te zijn. Het was een mooie ervaring, ik wil dit nog doen. Als het kan, wil ik later aan veel musicals deelnemen. Je maakt er ook kennis met grote sterren als Peter Van de Velde en Peter Van den Begin. Die zijn heel vriendelijk, ze zeggen goeiendag.’

Ook Axelle is aan haar musicaldebuut toe. Ze zit zowel bij de weeskinderen als in het ensemble en is de hele musical door te zien: ‘Ik had veel zenuwen bij de audities, maar het is me toch gelukt. Ik vind het heel leuk om mee te maken, het is ook een leuke bende waarin we spelen. Alleen is het soms een beetje vervelend wanneer we voortdurend dezelfde liedjes moeten repeteren. Ik zou van zingen en dansen graag mijn beroep maken, dat lijkt me niet zo saai als een gewone kantoorjob.’

De jongste van het kwartet, Antje, maakt net als Axelle deel uit van het ensemble en van de weeskinderen. ‘We hebben heel vaak moeten repeteren in de vakantie, maar dat vond ik wel plezant. Al was het soms al eens lang wachten, zeker wanneer we met de volledige cast repeteerden. Ik vond de audities wel spannend, maar was er redelijk gerust in. Dansen en zingen, dat doe ik supergraag, ik zou er mijn beroep willen van maken.’

(artikel 19 november 2010)
http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=6H32EDID

Advertenties

Dennis Vermeulen speelt in Oliver!

 

Dennis Vermeulen (12) stond al op de planken met grote musicalsterren zoals Danny de Munck, Marjolein Touw, Hugo Haenen en Mariska van Kolck. Vanaf december is hij in de Belgische thaeters te zien en te horen in de musical Oliver! naar het beroemde verhaal van Charles Dickens. De blonde Tilburger heeft zijn zinnen dan ook gezet op een carrière als musicalster.

In de Joop van den Ende-musical Ciske de Rat speelde Dennis eerder al de rol van ‘Brammetje’ in schouwburgen door heel Nederland: “Iedere avond volle bak: dat was hartstikke gaaf”. Maar ook van de kleinere musical ‘Echt… Scheiding’ die in het Jan van Besouwhuis in Goirle te zien was, leerde Vermeulen veel. Net als van zijn optreden in de musical Titanic trouwens.

En natuurlijk zong Dennis vlak voor de zomervakantie dat het een lieve lust was bij de afscheidsmusical van groep 8 op basisschool Den Bijstere. Inmiddels zit hij op het Willem II-college, waar ze net als op de basisschool rekening houden met zijn bijzondere toekomstperspectief: “Soms ben ik er gewoon niet omdat ik moet repeteren. Voor Oliver! doen we dat in Antwerpen. Peter van de Velde, beter bekend als Piet Piraat, doet ook mee. Hij is in het echt heel aardig, maar speelt de rol van de gemene Bill Sikes. Zelf kruip ik in de huid van bendelid Snakeman, een bijrol. Omdat het een Belgische productie is, zijn de hoofdrollen alleen weggelegd voor belgische kinderen. Dat geeft niets, het is al hartstikke mooi dat ik als Nederlands kind door de audities ben gekomen. Bovendien sta ik heel veel op het toneel om te zingen en te dansen.”

Oliver! vertelt het verhaal van Charles Dickens over Oliver Twist, het weesjongetje dat in de negentiende eeuw opgroeit in een oud, somber weeshuis in Londen. Hij loopt weg en ontmoet op straat een vrolijke bende gauwdieven die hem inwijdt in de kunst van het stelen. Vanaf dat moment is Olivers leven permanent in gevaar.

Vermeulen heeft er al zes weken van repetities op zitten en is nu even vrij. Na de herfstvakantie volgen nog twee oefenweken. Op 26 november is de eerste try-out voorstelling in Gent. Op 10 december speelt hij zijn eerste echte voorstelling als Snakeman.

Hij vindt het wel jammer dat musical alleen in België te zien is: “Maar misschien wordt het wel zo’n succes, dat ‘ie ook naar Nederland komt.” De jonge musicalspeler danst en zingt al vanaf zijn vierde. Zo deed hij aan streetdance bij Dansschool Van Opstal en was hij lid van jeugdkoor Tikiko.

Het instuderen van de tekst gaat Dennis gemakkelijk af en ook het dansen gaat als vanzelf: “Bij Oliver hebben we nu een hele goede choreograaf, daar steek ik heel veel van op.”

Mocht het onverhoopt niet lukken om van het spelen in musicals zijn beroep te maken, dan wil Dennis toch blijven zingen en dansen: “En als beroep wil ik dan toch iets in het theater doen, met licht en geluid enzo. Of anders deejay.”

(artikel oktober 2010)

Sjoerd Warmerdam speelt Oliver

 

Sjoerd Hij weet nog niet of hij de premièrevoorstelling mag doen. ‘Lijkt me heel gaaf, met al die pers er bij en zo.’ Sjoerd Warmerdam (12) glundert bij het idee.

In de musical Oliver spelen vier jongens wisselend de rol van Oliver. Regisseur Ken Caswell kiest zijn première-Oliver pas als hij ze alle vier heeft gezien tijdens de try-outs. ‘Iemand kan helemaal dichtklappen van de zenuwen’, legt Sjoerd uit, terwijl hij zijn biefstuk snijdt, ‘maar met mij gebeurt dat denk ik niet.’

We zitten in de brasserie van ’t Spant in Bussum, waar Sjoerd komende zondag zijn eerste try-out heeft. Of hij er over droomt? ‘Nee, maar dat komt nog wel. Het lijkt nog ver weg. Als ik er af en toe aan denk, krijg ik helemaal de zenuwen, maar het gaat wel lukken.’ Het klinkt vol vertrouwen. Mariska van Kolck, Olivers surrogaatmoeder, die is aangeschoven, kijkt hem trots aan.

Sjoerd heeft net zijn laatste repetitiedag achter de rug, werd door de gemene Bill van links naar rechts over het podium gesleurd. De scène moest vijf, zes keer over. De bende van zakkenroller Fagin heeft nog wat regieaanwijzingen nodig. Gewillig laat Oliver het allemaal met zich gebeuren.

Sjoerd_warmerdam Sjoerd zit in de tweede klas van het gymnasium in Den Haag – hij mocht op de basisschool een klas overslaan – en deed musicalervaring op in amateurproducties en in Wuthering Heights, waarin hij vorig seizoen een klein rolletje had. In de krant las hij dat Joop van den Ende op zoek was naar jongenssopranen, niet langer dan 1.50 meter. Daar blijft hij ruimschoots onder en zingen doet hij graag. ‘Vooral onder de douche.’ De audities waren ‘heel spannend’ – hij griezelt er nog van als hij er aan terugdenkt.

Hoe hij zich voorbereidt op zijn eerste voorstelling? Hij haalt zijn schouders op. ‘Gewoon zoals altijd. Ik vraag mezelf af wie ik ben en wat ik die dag heb gedaan.’ Als Oliver, bedoelt hij, een jongetje in het armoedige weeshuis van de hardvochtige meneer Bumble.

Van de 280 voorstellingen mag hij er tweeëntwintig doen en eigenlijk vindt hij ‘alles wel leuk’. ‘Dit is misschien wel de enige keer in mijn leven dat ik de hoofdrol heb.’ Niet dat dit zijn laatste musical zal zijn. ‘Daar heb ik nog geen beslissing over genomen. Ik moet afwachten wat er gebeurt als ik de baard in de keel krijg. Misschien ga ik er later mee door, misschien niet.’

(Artikel september 1999)