'Zelfs in bed zingen we stiekem alle liedjes'

Yannick van elk derick pieter

VEGHEL – ‘Zenuwachtig? Welnee. Op een podium staan is juist hartstikke tof!’ Stralend zit Derick Pieter (9) naast zijn vriend Yannick van Elk (12). In de foyer van de schouwburg in Veghel wachten de twee getalenteerde jongens ongeduldig tot ze mogen gaan eten.

Daarna gaan ze sound-checken voor de musical AMANDLA! MANDELA waar beiden een rol in hebben bemachtigd. De productie over Nelson Mandela trekt momenteel door het land (onder meer Wageningen, Nijmegen, Arnhem, Apeldoorn, Winterswijk, Doetinchem staan nog op de speellijst) en ontvangt overal goeie kritieken.

De jongens kennen elkaar van een theatercursus van Fanwork, die in de Betuwe werd gegeven. Yannick: “Sindsdien zijn we vrienden. Bij de theaterlessen leerden we acteren, dansen en zingen. Superleuk.” Voor Derick stond vanaf het eerste moment vast dat hij beroemd wil worden. In zijn enthousiasme onderbreekt hij zijn vriendje regelmatig met glinsterende ogen. “De cursus was leuk, maar ik wilde daarna heel graag op een echt toneel staan. Gewoon om op te treden en te laten zien wat ik allemaal kan.” Samen met zijn moeder kroop hij achter de pc op zoek naar audities. “Ik wilde graag meedoen aan Joseph. Hoofdrolspeler Freek Bartels is mijn idool, hij is echt heel erg goed. Maar ik kwam er niet doorheen. Gelukkig lukte het de tweede keer wel.”

Nadat Derick zijn plekje had veroverd, deed ook Yannick auditie. Nu maken beide jongens tot eind maart deel uit van de groep kinderen die mee mogen spelen. In Veghel staan ze samen op het podium, maar vanwege wettelijke regels rouleert de groep voortdurend.

Het instuderen van de liedjes leverden geen problemen op. Allebei hebben ze zelfs een solo. “In het begin waren we nog wel een beetje nerveus van te voren”, geeft Derick toe. “Maar nu ben ik nooit bang dat ik iets vergeet.” Giechelend: “Zelfs in bed zingen we alle liedjes nog. Ze gaan gewoon m’n hoofd niet meer uit.”

Hun omgeving reageert positief. “Zolang je niet arrogant wordt, vindt iedereen het leuk”, stelt Derick als een doorgewinterde artiest. “Op school mochten we er ook over vertellen. Mijn klasgenootjes vonden het spannend, maar waren het daarna ook weer snel vergeten. Dat geeft niks, want ik ben er niet door veranderd.”

Voor Yannick is het applaus na afloop het allermooiste. “Soms moeten we wel vijf keer terugkomen omdat mensen heel lang blijven klappen. Dan ben ik wel trots.”

In de kerstvakantie hebben de jongens vrij. “Wel krijgen we een kerstbrunch met alle spelers”, glundert Derick. “Maar Kerstmis vieren we daarna lekker thuis.” Het geld dat met het meespelen verdiend wordt, gaat op een spaarrekening. “Goed he, echt salaris”, roepen beiden in koor. Yannick spaart voor een nieuwe computer, Derick weet nog niet wat hij met zijn geld gaat doen. Wel weet hij zeker dat ie na deze musical weer auditie gaat doen. “Een film lijkt me ook wel wat”, piekert hij hardop. “Eigenlijk kan het me niet zoveel schelen, als ik maar beroemd wordt.”

Om te laten zien dat ze geen last hebben van zenuwen, zingen ze even later spontaan een liedje uit de musical. Hun zuivere kinderstemmetjes schallen door de foyer. Derick en Yannick komen er wel.

(artikel 22 december 2009)

http://www.gelderlander.nl/geniet/theater/musical/5963272/Zelfs-in-bed-zingen-we-stiekem-alle-liedjes.ece